maken

make

/ˈmaːkə(n)/verb

In the lessons (2 sentences)

s2-les-06 · 34Maak je geen zorgen.Don't worry.Open in lesson ↗
s2-les-07 · 19Gianluca had een pizza met een hartje gemaakt.Gianluca had made a pizza with a heart on it.Open in lesson ↗

In the frequency dictionary

Core #43

Marked known.