drenthe

Drenthe

/ˈdrɛntə/proper noun

In the lessons (2 sentences)

s2-les-05 · 15Heb je veel van Drenthe gezien? — Ja, ik ben naar Orvelte geweest.Did you see much of Drenthe? — Yes, I went to Orvelte.Open in lesson ↗
s2-les-11 · 6De vorige video was de laatste aflevering in Drenthe.The previous video was the last episode in Drenthe.Open in lesson ↗